Via videoconferentie ZOOM volgden de deelnemers, die zich konden vrijmaken, op maandag 30 maart, dag zeven van de Masterclass Herstelgerichte Psychiatrie. Professor Philippe Delespaul stond op de agenda met een uitgebreide uiteenzetting over ‘Geestelijke Gezondheid in de wijk’.

Vanuit onze eigen biotoop, als hulpverlener of als ervaringsdeskundigen, maar ook letterlijk, vanuit onze woonkamers, bureaus, slaap- en zolderkamers waren we benieuwd. Het was iets of wat bevreemdend; hier en daar zagen we een stukje familie op de achtergrond of konden we een kast zien opengaan en dan weer toe. Nadat iedereen was ingelogd, nadat iedereen de mute-toets had gevonden om te praten, verdwenen de eigenaardigheden van online-samen-zijn naar de achtergrond. Philippe stak van wal en trachtte ons onmiddellijk duidelijk te maken dat de psychiatrie een psychiatrie is van àlle mensen in de wijk, niet enkel van professionals.

Van ziekenhuis naar maatschappij, van therapielokaal naar de samenleving.

Philippe praat minder over genezen, meer over ontwikkelen. De combinatie van kwetsbaarheid en de dingen die je meemaakt bepalen hoe iemand omgaat met de uitdagingen die op hem afkomen. Hulpverlenen is een proces waarbij we de weerbaarheid trachten te verhogen. Dat is iets anders dan iemand genezen. Bovendien neemt de afhankelijkheid op deze manier af. Philippe legt ons uit, dat we bij angst en depressie geneigd zijn om mensen te behandelen aan de hand van exposure om zo de autonomiteit te verhogen. Bij psychose bijvoorbeeld passen we vermijdingsbehandeling toe en daarmee creëren we afhankelijkheid.

“We moeten durven iemand psychotisch laten zijn”, dixit Philippe Delespaul.

Hij gaat nog een stapje verder. Mensen willen over hun psychose kunnen praten in plaats van er bang van te zijn. Waarom leren we niet in het hoofd te kruipen van de gekkigheid? Tegelijkertijd zullen hulpverleners op die manier minder stigmatiseren.

Deze woorden raakten me. In mijn boekje ‘Zintuig verzint’ waarin ik in gesprek ga met mijn Psychose schreef ik, “bovenal vraag ik me af hoe het zou zijn geweest zonder die troep (medicatie)”. Ik had het gevoel dat ik wat langer dan 17 dagen (gecontroleerd) in mijn psychose had willen blijven hangen. Mijn psychose was er niet zomaar, het was naar mijn gevoel een copingmechanisme dat toeliet om onrechtstreeks, in alle gekkigheid, toch te kunnen praten over ervaringen waarvoor er op dat moment geen woorden waren, om op die manier mijn trauma te kunnen verwerken. Deze bedenking even terzijde.

Zingeving en participatie vermindert psychopathologie!

De huidige hulpverlening is tot nog toe een symptoom-gerichte hulpverlening. ‘Zelfrealisatie’ en ‘participatie’ zijn echter bijkomende resources waarvan wetenschappelijk is aangetoond dat ze gelijkwaardig inspelen op het herstel van Geestelijke Gezondheid. Deze hulpbronnen kunnen we moeilijk inzetten in een hulpverlening die niet geïntegreerd is in de maatschappij. We moeten naar de leefwereld van mensen in plaats van de oplossingswereld van hulpverleners. GGZ problemen zijn te omvattend om enkel de verantwoordelijkheid van de GGZ te zijn. Complexe zorg los je op naarmate opties toenemen. En die opties zijn er, we moeten ze leren zien, zoals een coach de hulpbronnen van de coachee aanboort. Vanuit de hulpverlening hebben we weinig zicht op de weerbaarheid van de mensen omdat ze ‘uit de context’ worden behandeld.

Resources op een ander manier ‘managen’, is dus de uitdaging.

Wanneer we op de 3 domeinen inzetten, wanneer we symptomatische interventie, participatie en zelfrealisatie als evenwaardige interventies hanteren, dan nemen de opties toe. Niet alleen de psychiater doet dan zijn werk, maar ook de maatschappij (bv  herstelacademies) en het persoonlijk herstel. Verschillende stoornissen vragen een verschillende benadering. Philippe maakt een onderscheid tussen ‘publieke zorg’, ‘face-to-face zorg’ en ‘netwerk-gerichte zorg’. De ernstige psychiatrische stoornissen vragen een netwerk-gerichte zorg. In alle andere gevallen is er een natuurlijk verloop waarbij de 2 andere domeinen (participatie en zelfrealisatie) in staat zijn om herstel te faciliteren. Er moet dus een triage plaats vinden. Op vandaag stuurt de huisarts een cliënt door naar een specialistisch programma. Een moeilijke oefening die niet altijd juist verloopt, noch leidt tot een juiste behandeling, laat staan ruimte geeft aan een behandelmethode waarbij àndere resources dan diagnose en therapie worden ingezet. Een huisarts kan echter wèl triëren op het ‘soort zorg’ dat zijn cliënt nodig heeft. Op die manier kan de deskundigheid beter worden ingezet.

Een juist zorgsysteem op poten zetten is overzichtelijker in een wijk.

Als je de schaal klein houdt, minder dan 15.000 inwoners, dan kan je elkaar kennen en heeft deze methodiek een kans. Je neemt het dagelijks leven als referentie en haalt kracht uit het netwerk. Want ‘alle maatschappelijke resources zijn relevant’. Verder moet diversiteit de norm worden; verschillend-zijn moet normaal-zijn, voorbij stigma. Zo kan er sprake zijn van ‘evenwaardige participatie’. Mochten we bovendien deze participatie reframen zodat ze ook kan worden beloond, dan zijn we ‘hulpbronnen beter aan het managen’. Als deze wederkerigheid een plaats krijgt, wordt hulpverlenen bijgevolg makkelijker; deskundigheid wordt op een andere manier ingezet en toekomstige kennis wordt beter verspreid. De professionaliteit van de hulpverlener zal de volgende 10 jaar volledig verschuiven in een integrale gecontextualiseerde zorg.

Professionaliteit is ‘niemand in de steek laten’!

Bedankt professor Philippe Delespaul om de psychiatrie dichter bij de mensen te brengen.  Bedankt om ons ‘taal’ te geven om zaken inzichtelijker te maken, zodat deze culturele verandering zijn weg kan vinden.

Het Corona-virus leert ons alvast dat ‘ieder van ons’ tijdelijk hulp kan nodig hebben en dat de algemene gezondheid een verantwoordelijkheid is ‘van ons allemaal’. Wel, in de GGZ is dit niet anders. Het medium Zoom was een juist alternatief om de opleiding te laten doorgaan. Toch heb ik het gevoel dat we een stukje inboeten op de kruisbestuiving tussen deelnemers en ook humor verliest wat van zijn kracht.

‘Ik hou gewoon van echte menselijke lijven’.

Leen