Woensdag 5 februari 2020 reed ik richting Kortrijk naar Hostellerie Klokhof om de dames van BPW te ontmoeten.

BPW is een internationale vrouwenvereniging met als doel het ondernemerschap van vrouwen te ondersteunen en hen te stimuleren in leiderschapsposities. De vrouwen van BPW organiseren maandelijks een thema-avond. Deze avond mocht in het teken staan van geestelijke gezondheid en ik werd uitgenodigd om een lezing te geven rond mijn boekje ‘Zintuig verzint’, waarin ik mijn ervaring met een psychose neerschreef.

Een publiek van sterke onafhankelijke vrouwen.

Vòòr de lezing werd er een glaasje gedronken en een dineetje aangeboden. De verschillende achtergronden van de deelnemers zorgden voor boeiende gesprekken. De dames zijn verbonden met elkaar via hun ondernemerschap maar opereren in uiteenlopende sectoren. Alleszins, geen publiek van hulpverleners, geen publiek van psychisch kwetsbaren en hun families, wel een publiek van sterke, onafhankelijke vrouwen die dagelijks hun mannetje staan. En toch voelde ik ook kwetsbaarheid in de zaal; zo waren er dames die zeer gerichte vragen stelden en overduidelijk vanuit hun eigen ervaring of vanuit de ervaring in hun nabije omgeving spraken.

Het is telkens een evenwicht zoeken in ‘wat ik precies vertel’. Wanneer ik stukken van mijn verhaal deel kan het over verscheidene onderwerpen gaan. De opname, medicatie, diagnose, herval, stigma, het-psychotisch-zijn an sich, maar ook hulpverlening, familie, context…

Psychose bespreekbaar maken.

Alleszins voor mij staat alles in het teken van ‘psychose bespreekbaar maken’, ook voor mensen die hiermee weinig in aanraking komen.  Ik tracht niet te bruskeren en op een serene manier te werk te gaan; aan de hand van simpele voorbeelden vertellen hoe bizar de werkelijkheid in een psychotisch hoofd er kan uitzien en waarom men bijgevolg ‘gek doet’. Tevens is het de bedoeling om mensen te laten zien dat het goed kan komen, dat psychose niet het einde is, dat je stigma het hoofd kan bieden, kortom dat er ‘hoop’ is. Tot slot, probeer ik psychose uit de taboesfeer te halen door ook te praten over ‘andere aspecten’ van het ziektebeeld dan dwang, agressie en suïcide. En toch waren dit onder meer thema’s die naar voren werden geschoven. Begrijpelijk, dit is wat men hoort, leest, verder verteld. Helaas.

Opnieuw weet ik waarom ik mijn getuigenis deel.

Halverwege mijn voordracht werd ik uitgedaagd door een dappere vrouw die luisterde vanuit een ander perspectief. Een mama die al jaren het psychisch lijden van haar zoon opvangt en als ervaringsdeskundige een boek kan schrijven over de weg die ze samen met hem heeft afgelegd. Zij peilde naar de rauwe kant van een psychose.

“Psychose is veel erger, dan jij het hier voorstelt”, gaf ze mee.

Daar had ze gelijk in. In mijn poging om geestelijk gezondheidsproblemen te normaliseren, zodat mensen ‘normaler’ kunnen doen tegenover psychisch kwetsbaren, ga ik op sommige momenten voor een stuk voorbij aan de ernst van het psychisch lijden, vooral wanneer psychoses herhaaldelijk voorkomen en uiteindelijk deel uit maken van een jarenlange lijdensweg zoals mijn broer die gekend heeft. De buts met de buil. Daar ben ik mij van bewust.

Verwarring doet bewegen.

In mijn vorig verslag praatte ik over verwarring. Naar mijn aanvoelen vond er ook deze avond wat verwarring plaats. Verwarring rond wat is een psychose nu juist en hoe groot is de impact ervan op de cliënt, zijn familie, zijn kinderen… De woorden ‘een psychose ontwricht’, ‘psychose sleurt iedereen met zich mee’, schieten tekort maar doen alvast een poging. Een beetje verwarring is goed, geeft stof tot nadenken.

Graag wilde ik besluiten met kwetsbaarleiderschap; dat ‘je kwetsbaar opstellen’ zo zijn voordelen heeft. Leiderschapscapaciteiten, waarbij men tot oprechte dialoog komt met het personeel, kan vanuit ‘zich kwetsbaar durven opstellen’. Hiervoor was er geen tijd meer.

Dank u dames BPW voor uw betrokkenheid. In het bijzonder bedankt Carole en Delphine voor de vlekkeloze organisatie.

Tot onze wegen terug kruisen, Leen